Logo Pleijboza Boomzaden & Wildbloemen

Mengsel 0525 voor Nostalgische Bloemenweide

 

Toepassing
De nostalgische bloemenweide roept herinneringen op uit de kinderjaren, hoe een bloemenweide er uitziet: bont, geurend,mooi en vol leven van bijen, hommels, vlinders en sprinkhanen. Daartoe behoort ook het bonte bloemenpakket van klokjesbloemen. Margrieten, boterbloemen en vele andere. Een constante bloei van het vanaf het vroege voorjaar tot de herfst van hoge plantentot kleine sierlijke planten zoals de sleutelbloem ingelijst door atraktieve grassen.
In het eerste jaar bloeit een veelvoud van soorten zoals Korenbloem,Bolderik en Klaproos. In het tweede jaar beginnen zich de meerjarige soorten van de droomweide te ontwikkelen.
Het mengsel is geschikt voor niet-extreme bodemtypes.
Samenstelling
Het mengsel bestaat uit minstens 35 soorten. Het zaad bevat 44 % grassen en 56 % kruiden( gewichtspercentage)
Vulstof
De meeste soorten vragen van nature een geringe hoeveelheid zaad van 0.5 tot 5 gram per m2., aangezien van de meeste soorten de zaden zeer klein zijn. Sommige soorten hebben meer als 1000 zaden/gram. Om het zaaien te vergemakkelijken en ook om de zaden beter te verdelen, is een vulstof van zuivere graanproducten toegevoegd. Door een vulstof aandeel van 90 % en 10 % zuiver zaad, wordt een practische zaaihoeveelheid van 25 gram/m2 bereikt. Dit betekent : 2600 zaden/ 2,5 gram per vierkante meter.
Uitzaai- en verzorging
Er kan gezaaid worden in het voorjaar, zomer en herfst. Het snelste resultaat wordt verkregen einde zomer, bij milde temperatuur tot begin Oktober, aangezien de zaden bij gorote temperatuurverschillen tussen dag en nacht sneller kiemen. Ook vanwege de koudkiemers is uitzaai in de herfst aan te raden, omdat deze zaden een vorstperiode alvorens te kiemen nodig hebben. Anders verschijnen deze pas een jaar later.
De zeer fijne wildbloemzaden verlangen een optimaal bodemcontact. Daarom moet de bodem zorgvuldig worden voorbereid. Veel zaden hebben alvorens te kiemen licht nodig en mogen daarom niet met aarde bedekt worden. Licht aandrukken in de grong is ideaal. Na het kiemen moeten de zaden gedurende 3-4 weken voldoende vocht krijgen, zodat deze waarevolle kiemplanten niet verdrogen. In elke bodem bevinden zich groot aantal zaden van allerlei soorten. Daarom moet men regelmatig op ongewenste soorten kontroleren en deze zo niet mechanisch verwijderen. Bij grotere oppervlaktes raden wij een maaihoogte aan van 10 cm, zonodig herhaald, om ongewenste één jarige planten en grassen te onderdrukken.
Later is één of twee keer maaien per jaar voldoende.
De eerste maai eind Mei tot midden Juni , na de aarvorming van de grassen, de tweede maai midden October. Bij geringe aanwas is 1x maaien in het najaar voldoende.
Gemaaid wordt met een maaibalk of zeis .Het is wenselijk dat de maaihoogte niet onder de 10 cm ligt. Om verrotting tegen te gaan is het raadzaam ,vooral bij grotere hoevelheden of vochtig weer , van het maaiveld te verwijderen.
1x maaien per jaar bevordert het uitzaaien en stablizeerd daardoor het bestand.
Bovendien worden vlinderrupsen en andere insecten minder gestoord. Daarvoor is het ook raadzaam ,niet de gehele oppervlakte in 1 keer te maaien, maar n etappes.
De oppervlakte mag in géén geval bemest worden.!.
Kiemtijd
Bij vochtige bodem kann men na 2 weken al de eerste kiemplanten verwachten. Veel planten zullen pas in het daarop volgende voorjaar kiemen, einige zelfs nog later, aangezien de natuur veel wildplanten een kiemremming als bescherming heeft meegegeven.
Wie geduld heeft wordt na uiterlijk 3 jaar beloond met een kleurrijke en duurzame flora beloond.
Garantie
Het mengsel wordt zorgvuldig samengesteld uit hoogwaardige zaadpartijen met optimale zuiverheid en kiemkracht. De beschikbare hoeveelheden per soort zijn afhankelijk van de oogstmogelijkheden.Wij kunnen daarom geen vaste norm voor de gebruikswaarde garanderen.; ook behouden wij ons geringe wijzigingen in de hoeveelheden per soort en de
samenstelling van het mengsel voor. Geringe hoeveelheden of soorten kunnen daarbij worden vervangen door geljkwaardige soorten en hoeveelheden.
Een negatieve invloed sluiten wij daarbij uit. Men moet er van uit gaan, dat niet alle soorten later op het perceel terug te vinden zijn. Dit hangt in belangrijke mate af van de bodem omstandigheden ter plaatse . Er zal zich een geheel individuele situatie ontwikkelen.

Toepassing

De nostalgische bloemenweide roept herinneringen op uit de kinderjaren, hoe een bloemenweide er uitziet: bont, geurend,mooi en vol leven van bijen, hommels, vlinders en sprinkhanen. Daartoe behoort ook het bonte bloemenpakket van klokjesbloemen. Margrieten, boterbloemen en vele andere. Een constante bloei van het vanaf het vroege voorjaar tot de herfst van hoge plantentot kleine sierlijke planten zoals de sleutelbloem ingelijst door atraktieve grassen.

In het eerste jaar bloeit een veelvoud van soorten zoals Korenbloem,Bolderik en Klaproos. In het tweede jaar beginnen zich de meerjarige soorten van de droomweide te ontwikkelen.

Het mengsel is geschikt voor niet-extreme bodemtypes.

Samenstelling

Het mengsel bestaat uit minstens 35 soorten. Het zaad bevat 44 % grassen en 56 % kruiden( gewichtspercentage).

Vulstof

De meeste soorten vragen van nature een geringe hoeveelheid zaad van 0.5 tot 5 gram per m2., aangezien van de meeste soorten de zaden zeer klein zijn. Sommige soorten hebben meer als 1000 zaden/gram. Om het zaaien te vergemakkelijken en ook om de zaden beter te verdelen, is een vulstof van zuivere graanproducten toegevoegd. Door een vulstof aandeel van 90 % en 10 % zuiver zaad, wordt een practische zaaihoeveelheid van 25 gram/m2 bereikt. Dit betekent : 2600 zaden/ 2,5 gram per vierkante meter.

Uitzaai- en verzorging

Er kan gezaaid worden in het voorjaar, zomer en herfst. Het snelste resultaat wordt verkregen einde zomer, bij milde temperatuur tot begin Oktober, aangezien de zaden bij gorote temperatuurverschillen tussen dag en nacht sneller kiemen. Ook vanwege de koudkiemers is uitzaai in de herfst aan te raden, omdat deze zaden een vorstperiode alvorens te kiemen nodig hebben. Anders verschijnen deze pas een jaar later.

De zeer fijne wildbloemzaden verlangen een optimaal bodemcontact. Daarom moet de bodem zorgvuldig worden voorbereid. Veel zaden hebben alvorens te kiemen licht nodig en mogen daarom niet met aarde bedekt worden. Licht aandrukken in de grong is ideaal. Na het kiemen moeten de zaden gedurende 3-4 weken voldoende vocht krijgen, zodat deze waarevolle kiemplanten niet verdrogen. In elke bodem bevinden zich groot aantal zaden van allerlei soorten. Daarom moet men regelmatig op ongewenste soorten kontroleren en deze zo niet mechanisch verwijderen. Bij grotere oppervlaktes raden wij een maaihoogte aan van 10 cm, zonodig herhaald, om ongewenste één jarige planten en grassen te onderdrukken.

Later is één of twee keer maaien per jaar voldoende.

De eerste maai eind Mei tot midden Juni , na de aarvorming van de grassen, de tweede maai midden October. Bij geringe aanwas is 1x maaien in het najaar voldoende.

Gemaaid wordt met een maaibalk of zeis .Het is wenselijk dat de maaihoogte niet onder de 10 cm ligt. Om verrotting tegen te gaan is het raadzaam ,vooral bij grotere hoevelheden of vochtig weer , van het maaiveld te verwijderen.

1x maaien per jaar bevordert het uitzaaien en stablizeerd daardoor het bestand.

Bovendien worden vlinderrupsen en andere insecten minder gestoord. Daarvoor is het ook raadzaam ,niet de gehele oppervlakte in 1 keer te maaien, maar n etappes.

De oppervlakte mag in géén geval bemest worden!

Kiemtijd

Bij vochtige bodem kann men na 2 weken al de eerste kiemplanten verwachten. Veel planten zullen pas in het daarop volgende voorjaar kiemen, einige zelfs nog later, aangezien de natuur veel wildplanten een kiemremming als bescherming heeft meegegeven.

Wie geduld heeft wordt na uiterlijk 3 jaar beloond met een kleurrijke en duurzame flora beloond.

Garantie

Het mengsel wordt zorgvuldig samengesteld uit hoogwaardige zaadpartijen met optimale zuiverheid en kiemkracht. De beschikbare hoeveelheden per soort zijn afhankelijk van de oogstmogelijkheden.Wij kunnen daarom geen vaste norm voor de gebruikswaarde garanderen.; ook behouden wij ons geringe wijzigingen in de hoeveelheden per soort en de

samenstelling van het mengsel voor. Geringe hoeveelheden of soorten kunnen daarbij worden vervangen door geljkwaardige soorten en hoeveelheden.

Een negatieve invloed sluiten wij daarbij uit. Men moet er van uit gaan, dat niet alle soorten later op het perceel terug te vinden zijn. Dit hangt in belangrijke mate af van de bodem omstandigheden ter plaatse . Er zal zich een geheel individuele situatie ontwikkelen.

 

Meer informatie

Voor meer informatie zoals de samenstelling.
Download PDF